Is slimme wetgeving in de EU voldoende? Deskundigen zeggen nee.

19

De Europese Commissie denkt dat ze de problemen op wetgevingsgebied heeft opgelost. Eind april brachten ze een mededeling uit met de titel “Een eenvoudiger, duidelijker en beter handhavend EU-regelboek.” De toon is simpel: zorg voor de kwaliteit van de EU-wetten, vergroot de transparantie, zorg ervoor dat belanghebbenden er meer bij betrokken worden, voer een ‘diepe schoonmaak’ uit aan de bestaande regels en voorkom dat lidstaten overregulering plegen (gold-plating).

Het klinkt goed. Op papier in ieder geval.

Maar experts geloven het niet. Nog niet. Hoewel het document de nodige aanpassingen doorvoert, ontbreekt het aan ambitie. Het is reactief, niet toekomstbestendig. Vooral nu de Commissie momenteel worstelt met haar eigen interne efficiëntie en of haar bureaucratie überhaupt wel klaar is voor AI.

Het laatste rapport van het Consumer Choice Center Europe, “Wiser Regulation,” onderbreekt deze mededeling. Het knikt niet zomaar mee. Het identificeert structurele rotting in het wetgevingsproces en vraagt ​​om technologische oplossingen.

De overwinningen: waar technologie daadwerkelijk helpt

Laten we de eer geven waar het toekomt. De Commissie heeft zich ertoe verbonden transparant te zijn over procedurele afwijkingen. Als zij stappen uit de Richtsnoeren voor betere regelgeving overslaan, wordt dat falen nu vastgelegd en gerapporteerd in de toelichting.

Eindelijk zullen burgers en wetgevers weten waarom de regels krom zijn.

Er is ook een belofte om belanghebbenden rechtstreeks op de hoogte te stellen wanneer samenvattingen van de consultatie op het ‘Had Your Say’-portaal verschijnen. Het lijkt eenvoudig. Tot nu toe is dit nog niet toegepast, maar dat zal nu wel het geval zijn.

Dan is er de IT-tool. De Commissie wil nieuwe software introduceren om de EU-wetgeving te beheren, de uitvoeringsregels bij te houden, overlappingen op te sporen en de complexiteit te ontwarren. Dit is niet zomaar een IT-project. Het is een structurele noodzaak. Het institutionele kader van de EU is een puinhoop van uiteenlopende belangen; technologie kan helpen het lawaai te doorbreken. Het moet een primair doel zijn en geen bijzaak.

De gaten: overleg zonder overleg

Dit is het probleem. De eerdere ‘Call for Evidence’ van de Commissie over betere regelgeving werd verworpen. Belanghebbenden wilden neutrale overlegontwerpen. Ze wilden realistische tijdlijnen.

Het vervolgdocument? Onduidelijk.

Er wordt vaag beloofd dat er “waar mogelijk” geen consultaties tijdens vakanties zullen worden ingepland. Toch behoudt het de mogelijkheid om de standaard consultatieperiode van twaalf weken terug te brengen tot slechts zes weken. Zes weken. Voor enorme veranderingen in de regelgeving.

En hoe zit het met de zelfevaluatie? De zelfkritiek van de Commissie is beperkt. Concrete suggesties voor verbetering? Dun op de grond.

Uit historisch bewijsmateriaal blijkt dat het simpelweg definiëren van principes als “Betere Regelgeving” nutteloos is. Je moet ze afdwingen. Je moet ze monitoren. Je moet de institutionele cultuur veranderen. Eén ding is niet veranderd.

De urgentieval

Neem de ‘urgentieprocedure’, die door de Ombudsman werd aangevochten. Het blijft gevaarlijk breed. De Europese Commissie definieert urgentie op basis van vier triggers:

  1. Crises of schokken.
  2. Ernstige gevolgen van nietsdoen.
  3. Wettelijke termijnen.
  4. Een “politieke context die een behoefte aan dringende actie creëert.”

Triggers één en twee? Prima. Wij snappen het. Noodsituaties gebeuren.

Maar triggers drie en vier? Dat is een maas in de wet zo groot als een vrachtwagen. De ‘politieke context’ kan vrijwel elke procedurele kortere weg rechtvaardigen. Bekijk het met voorzichtigheid. Beoordeel het. Nu.

Aanbevelingen: repareer de machine, repareer het tempo

Consumer Choice Center Europe klaagde niet alleen. Ze boden een blauwdruk aan. De aanbevelingen zijn gericht op de Commissie, de EU-instellingen en de lidstaten.

Voor de EU-instellingen:
Verbeter de kwaliteit van de wetgeving. Bouw institutionele capaciteit op. Gebruik technologie om ervoor te zorgen dat regels eenvoudig en begrijpelijk zijn. Zorg voor verantwoording. Zorg ervoor dat iedereen in Brussel daadwerkelijk meedoet, en niet alleen maar doet alsof.

Voor de lidstaten:
Dit is waar het lastig wordt. De lidstaten verdrinken. Ze kunnen het tempo van de wetgeving niet bijhouden. Als gevolg hiervan nemen zij minder deel aan de beleidsvorming. Naar verluidt overweegt de Commissie om extra mankracht naar de nationale hoofdsteden te sturen. Dat is een pleister.

De hoofdsteden zelf zijn onderbezet. Ze kunnen niet reageren, laat staan ​​proactief hun eigen agendapunten bepalen. Je kunt betrokkenheid niet afdwingen als de infrastructuur er niet is.

Waarom dit er nu toe doet

Mario Draghi betoogde onlangs dat de EU moet evolueren naar een “pragmatische federatie” om mondiaal concurrerend te blijven.

Die integratie zal op enorme weerstand stuiten. Tenzij lidstaten en belanghebbenden zich oprecht gehoord voelen. Tenzij ze de instellingen vertrouwen. Tenzij Europese bedrijven ervoor kiezen om voor Europa te opereren, en niet alleen in Europa, ondanks de bureaucratie.

Het verbeteren van het wetgevingsproces is niet alleen bureaucratische hygiëne. Het is overleven. Als de EU er niet in slaagt zich aan te passen – niet alleen qua snelheid, maar ook qua kwaliteit – zal dit de interne spanningen verergeren. Het zal het politieke populisme aanwakkeren. Het zal het anti-EU-sentiment dat in de schaduw op de loer ligt, versterken.

Op papier worden de regels eenvoudiger. Maar in de praktijk? De machine maalt nog steeds. En als het te hard maalt, schaadt het het vertrouwen dat het nodig heeft om te overleven.

Werkt transparantie eigenlijk als de tijdlijn voor participatie de helft is van wat het vroeger was? Of optimaliseren we alleen maar de illusie van betrokkenheid?